Ethische voornemens
Ethische voornemens herinneren ons aan onze fundamentele, intieme verbondenheid met alle levende wezens en aan onze onbeperkte natuur: onze aanwezigheid is grenzeloos.
In het beoefenen van ethische voornemens bekrachtigen we onze incarnatie in drievoudige zin.
Ten eerste ondersteunen we in de beoefening van een ethisch voornemen de incarnatie van onze fundamentele verbondenheid met alle levende wezens en de onbeperktheid van onze aanwezigheid in ons vlees en in ons door karma beperkte bestaan. Hiermee bekrachtigen we onze ware natuur: ja, mijn leven is het leven van alle levende wezens en ja, in heel zijn geconditioneerdheid is mijn leven grenzeloos.
Ten tweede bekrachtigen we in ons onophoudelijk falen van het beoefenen van ethische voornemens het onbeperkte en onze fundamentele verbondenheid IN ons vlees en IN ons door karma bepaalde bestaan. Ja, ofschoon mijn leven intiem is verbonden met alle levende wezens, is het een leven in mijn weerbarstige vlees, dat door en door is beperkt door de invloed van mijn eigen handelen, denken en spreken, en dat van anderen.
Tot slot bekrachtigen we het spanningsveld dat bestaat tussen mijn onbeperkte en alles omvattende aanwezigheid en mijn leven in het vlees, beperkt door mijn karma. Ja, mijn leven is een onoplosbare paradox, een bestaan dat enerzijds grenzeloos is en intiem is verbonden met alle levende wezens en anderzijds onophoudelijk faalt in het verwezenlijken van die grenzeloosheid en verbondenheid. De bekrachtiging van deze paradox bekrachtigt mijn leven als een eindeloze oefening.
