Bevrijding!

Teksten van de Zen Cirkel van het najaar van 2025

1 De bevrijding van de Boeddha (vrijheid van)

Ingrijpende historische veranderingen in de tijd van Siddhartha resulteren in een terugtrekking van jong volwassenen uit de samenleving in immobiliteit en immanentie, de Upanisads als tegenbeweging tegen de gevestigde Brahmaanse orde, veranderende opvatting van karma en het verschuiven van de aandacht van het ritueel naar het probleem van transmigratie.

Bevrijding is de bevrijding van de kosmische gehaktmolen: eindeloze kringloop van geboorte en dood (samsara) en zinloos lijden: moksa (bevrijding) in het bijzonder door nirvana, ‘uitblussing’, het ‘doven’ van hebzucht, haat en onwetendheid.

Vier Edele Waarheden (Aryasatya): het probleem is duhkha, de pijn van de eindeloze en zinloze transmigratie en de oorzaak ligt in trsna, ‘bestaansdorst’ of tanha (‘krampachtig willen’ in tegenstelling tot chanda, ‘begeerte, lust’). De opheffing van de oorzaak van duhkha ligt in ascetische discipline, de morele beoefening van pratimoksa en inzicht, ontwaken tot anatma, er is geen substantieel, permanent zelf.

2. De bevrijding van de bodhisattva (vrijheid om)

Het boeddhisme vertrekt van India naar Centraal Azië (Kusana dynastie, het rijk van Kaniska), vermengt met Westerse invloeden (Perzisch, Grieks-Romeins), ten Noord Westen van India en in de havens in Zuid India (waar Nagarjuna vandaan komt). Aanzet tot het Mahayana is een conflict binnen de gemeenschap rond 320 v. C: de vijf punten van Mahadeva. Bevrijding als zuivering van trsna of tanha wordt in twijfel getrokken. Het accent begint te verschuiven van ‘Vrijheid van’ naar ‘vrijheid om’. Geen ascetische zuivering, maar openheid van geest.

De vaipulya soetra’s ontstaan: prajnaparamita teksten, Lotussoetra, Vimalakirti soetra, Amitabha soetra’s (Perzische invloed!) en Avatamsaka. Hierin worden de arhat en nirvana verworpen en de bodhisattva en karuna ten doel van de beoefening gesteld. In plaats van morele zuiveringspraktijken ontstaan de paramita’s. Het gaat niet meer om de eigen bevrijding, maar de bevrijding van de ander. En, samsara = nirvana, ons leven in deze wereld IS vrij en bevrijdend, het hangt helemaal van de eigen instelling, houding en zienswijzen af. Het gaat niet meer om de zuivering van krampachtig begeren en klampen, maar om onderscheidende helderheid (prajna, wijsheid) en het handelen vanuit een vervuld zelf (karuna, compassie).

Het ontbreken van een permanent, solide zelf (anatman) wordt opgerekt naar een totale onbepaaldheid van wat dan ook (sunyata).

3. De bevrijding van de Patriarch (ongehinderdheid)

Vanaf het jaar 0 liep het boeddhisme letterlijk een volstrekt andere cultuur binnen, een cultuur van het nuchtere en alledaagse, van werken en eten, van doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Chan is het product van de acculturatie van het boeddhisme in China; bevrijding werd loslaten en terugkeren tot de ‘ongehinderde, spontane gang van de Dao’.

Zelfs het loslaten van je grootste inzichten: Meester Zhaozhou sprak tot een hem bezoekende monnik die een grote realisatie had gehad: ‘Heb je gegeten?’ – ‘Ja’, antwoordde de monnik. ‘Was dan je kommen’, zei Zhaozhou.

Een meester haalt in een barre winter het houten beeld van de Boeddha van het altaar en steekt het in brand. Een andere leraar komt juist de zendo binnen, ziet het tafereel en brult ontstelt: ‘Wat doe je nu!?’ De meester buigt zich over het as en begint met zijn staf te wroeten. Zijn collega vraagt: ‘Wat zoek je nu eigenlijk?’ De meester antwoordt: ‘Ik zoek de heilige relikwieën van dit beeld.’ Zoals in de monstrans van de christenen vindt men in de beelden en stupa’s van boeddhisten heilige relikwieën. De bezoekende leraar roept uit: ‘Maar die vind je toch niet in de verbrande resten van dit beeld!’ Waarop de meester zegt: ‘Als dat zo is kan ik ook die andere twee beelden gebruiken, het is zo koud hier!’ en aldus gaan ook de andere Boeddhabeelden in vlammen op.

Meester Deshan hief zijn massieven houten stok en sprak tot zijn monniken: ‘Als je dit een stok noemt, krijg je dertig stokslagen. Als je dit geen stok noemt, krijg je ook dertig stokslagen. Hoe noem je dit? Spreek! Spreek!’”

De eenendertigste patriarch (China’s Vierde Patriarch), Zen Meester Dayi (Daoxin) boog naar de Grote Meester Jianzhi en zei, ‘Ik vraag de Meester in zijn groot mededogen om zijn onderricht met betrekking tot bevrijding met mij te delen’. De Patriarch antwoordde, ‘Wie bindt jou dan?’ De meester zei, ‘Niemand bindt mij.’ De Patriarch antwoordde, ‘Waarom zoek je dan bevrijding?’ Met deze woorden kwam de meester tot groot ontwaken. (Denkoroku, kwestie 31).

Indien je wenst uit te stijgen boven geboorte en dood, gaan en komen en geheel onthecht wilt zijn, dan dien je de mens te herkennen die nu luistert naar dit spreken over je bestaan. Deze mens is degene die geen vorm of gestalte heeft, geen wortel of stam en die geen woonplaats heeft, maar vol werkzaamheid is. Deze mens reageert op alle mogelijke toestanden en hij vertoont zich in zijn werkzaamheden en toch komt hij nergens vandaan. Daarom is hij ver weg zodra je hem tracht te zoeken; hoe dichter je hem nadert, hoe verder hij zich van je verwijdert. (Linji, Voordrachten)

4. De bevrijding van de Unsui (zelveloosheid)

De weg van de Ontwaakte bestuderen is jezelf bestuderen. Jezelf bestuderen is jezelf vergeten. Jezelf vergeten is ontwaken door alles wat zich voordoet. Wanneer je ontwaakt door alles wat zich voordoet, vallen jouw lichaam-en-geest en de lichamen-en-geesten van anderen weg. Geen spoor van realisatie blijft over en dit spoorloze zet zich eindeloos voort. (Dogen Zenji, Genjo koan)

Jezelf naar voren brengen en alle dingen ervaren is illusie. Dat de dingen naar voren komen en zichzelf ervaren is ontwaken. (Ibidem)

Hoe kun je loskomen van jezelf? Hoe doe je dat in de praktijk?
En is dat bevrijding?
Wat is volgens jou bevrijding in het Westen, nu het boeddhisme via de VS onze cultuur is binnengevlogen?
En wat is voor jou persoonlijk bevrijding?

5. Bevrijding en sambodhi (ontwaken)

Het ontwaken van de Boeddha: de drie wakes van de nacht (Mahasaccakasutta), de realisatie van vergankelijkheid (samsara), oorzakelijkheid (karma) en vier edele waarheden (duhkha, aryasatya).
Een diepgaand inzicht in de dingen zoals ze zijn (Majjhima Nikaya en Digha Nikaya): anatman, er is geen permanent, substantieel zelf en het doorzien van ideeën en concepten.

Het ontwaken van de bodhisattva: sunyata, alles is onbepaald en…

De toren is wijds en uitgestrekt als de hemel. De toren is versierd met banieren, juwelen, parelkettingen, gouden draden, spiegels, spitsbogen, pilaren, wolken van kostbare kleding, gouden bananenbomen, beelden van ontwaakten en zingende vogels. Binnen de toren ziet hij honderdduizenden andere torens, eveneens prachtig versierd. Ook deze zijn weids en eindeloos uitgestrekt als de hemel en stralen in alle richtingen. Toch hinderen de torens elkaar niet in hun verschijning. Ze zijn duidelijk van elkaar onderscheiden in al hun karakteristieken, terwijl ze zich harmonieus in elkaar weerspiegelen, elke toren individueel en alle torens collectief. Er is een volkomen vermenging in een natuurlijke orde. Sudhana wordt overweldigd door vreugde en ontzag en hij buigt zijn lichaam in alle windrichtingen. (Avatamsaka soetra, De Toren van Liefde)

Het ontwaken van de Patriarch: De monnik Yin Zong gaf onderricht over de boeddhistische soetra’s. Op een dag stak tijdens zijn onderricht een stevige wind op. Hij zag een vlag wapperen in de wind en vroeg zijn toehoorders: ‘Beweegt de wind of beweegt de vlag?’ Iemand antwoordde: ‘De wind beweegt.’ Iemand anders antwoordde: ‘De vlag beweegt.’ De twee personen hielden stevig vast aan hun antwoord en vroegen Yin Zong wie er gelijk had. Maar Yin Zong zag geen mogelijkheid om te beslissen en hij vroeg Huineng, die in de buurt was, om het probleem op te lossen. Huineng zei: ‘Het is noch de wind, noch de vlag die beweegt.’ Yin Zong vroeg: ‘Maar wat beweegt er dan?’ Huineng antwoordde: ‘Jouw bewustzijn (Chin. xin) beweegt.’ (Zesde Patriarch Huineng)

Eerst is er het zien en dan het handelen. Is er een zien in onwetendheid, dan is er een handelen vanuit bevangenheid. Is er een zien van zoheid, ontwaakt, wakker, dan is er een handelen vanuit vervulling en verbondenheid, wu-wei, een daadloos doen, een bewogen worden.

6. Bevrijding (overgave) als upayah

Zazen als upayah: je voor jezelf openen, jezelf loslaten en jezelf overgeven aan jezelf.

Chan en Zen (als ENIGE boeddhistische traditie): de overgave aan de leraar of lerares, een oefening in jezelf verbinden, jezelf toevertrouwen en in afhankelijkheid; je eigen leven heel concreet loslaten.

Een andere gradatie van toewijding is het aangaan van de formele relatie met een leraar of lerares. Deze maakt mijn band met de leraar minder vrijblijvend en geeft de leraar een middel in handen om mij, wanneer ik helemaal opga in mijn eigen spirituele trip bij te sturen. Werkelijk een verbintenis met iemand aangaan en deze met een korte, intieme ceremonie in aanwezigheid van alleen de leraar formaliseren, is een vorm van overgave. Ik moet voor mijzelf hebben erkend dat ik niet in staat ben het spirituele pad alleen te gaan, dat ik voor mijn spirituele ontwikkeling afhankelijk ben van anderen en wel in het bijzonder van deze concrete ander. Ik bevestig deze erkenning door haar tegen de leraar uit te spreken en hem te vragen of hij mij op dit pad wil begeleiden. Hiermee geef ik een deel van mijn autonomie en eigengereidheid prijs. Een ander om begeleiding verzoeken betekent mijzelf openstellen voor een ander. En er bestaat altijd de mogelijkheid om afgewezen te worden.

Een verbintenis met een ander aangaan is een stap in het ongewisse. Ik geef deels de greep op mijn eigen leven prijs en laat een ander leven in mijn leven binnenkomen. Dat andere leven is, zeker waar het een goede leraar of lerares betreft, niet voorspelbaar en lang niet altijd aangenaam. Ik kan onmogelijk voorzien wat ik met dat andere leven in mijn leven binnenhaal. Vanaf het moment dat de verbintenis een feit is, heb ik iets met die andere persoon uit te staan. Ik zal minder snel geneigd zijn weg te lopen in de perioden waarin de leraar en zijn onderricht voor mijn ego niet goed te verteren zijn. Het werk van een spirituele leraar bestaat erin mij te helpen mijn grenzen voortdurend te verleggen, mij uit te nodigen hetgeen waaraan ik vasthoud los te laten en steeds meer van mijzelf prijs te geven. Een goede leraar is als een koevoet tussen de deur. Wanneer de deur eenmaal onder het aanhoudend gewrik is bezweken, is niets van wat ik bezit nog langer veilig.

(…)

Natuurlijk weet ik niet wat ik doe als ik mijn leven aan de leraar aanbied. Ik kan totaal niet voorzien wat dit zal kunnen betekenen. Laat de leraar mij mijn leven leven zoals ik het nu leef? Gaat hij dingen van mij vragen die ik liever niet wil doen? En wat doe ik dan?

Overgave ligt hier niet alleen in een verregaande vorm van verbintenis, ze is een sprong in de afgrond. Juist omdat ik niet weet wat de leraar van mij zal vragen, bevindt mijn leven zich in een grondeloze, `thuisloze’ situatie. Ik heb geen idee van waar ik terecht zal komen. Dat ik altijd nog kan weigeren in te gaan op wat de leraar van mij vraagt doet hier niets aan af. Ik heb een voornemen genomen. Ik heb voor mijzelf ontdekt dat mijn leven niet mijn leven is en dat inzicht tracht ik nu te leven. Mijn bestaan is door en door verbonden met dat van de leraar of lerares.

Vanaf het moment dat ik mijn leven aanbied aan de levende belichaming van de traditie, zal ik steeds moeten erkennen dat ik niet kan voldoen aan wat de leraar van mij vraagt. Zo is mijn leven een heel concrete oefening in overgave geworden. Ik heb mijn leven uit handen gegeven en toch tracht ik er telkens weer greep op te krijgen en mijn eigen wil en belangen te verwezenlijken. Een goede leraar of lerares zal mij constant in een situatie manoeuvreren waarin ik tegen mijzelf aanloop en de kans krijg om de greep op mijn leven weer los te laten – of dat niet te doen. (De vrijheid om te verliezen, Maurice Knegtel, p. 69 – 72)

Bevrijding als overgave aan jouw eindigheid en tijdelijkheid: je kunt niets vasthouden, al het goede gaat stuk. Shuke Tokudo, de belichaming van bevrijding van de eindigheid: je draagt jouw eigen doodskleed, jouw eindigheid, je laat je leven (jouw voorwaarden) los en gaat letterlijk STAAN voor jouw eindigheid.

Om vrij te kunnen spelen in het veld van ontwaken is het noodzakelijk om als wolken en water te zijn. Omdat ze een is met de weg van alle Boeddha’s, is onvoorwaardelijk leven ogenblikkelijk ontwaken. Twijfel hier niet aan! Om lichaam en geest te laten samenvallen met de weg van Ontwaken is er niets dat onvoorwaardelijk leven overtreft. Je haar afknippen is de wortel afknippen van menselijke gehechtheid en als je menselijke gehechtheid ook maar een beetje afknipt, dan word je ware lichaam onmiddellijk onthuld. Het wisselen van je kleren is uit de wereldse bevangenheid stappen en het vrije functioneren manifesteren.

(…)

Aangezien zelfs de hemel je niet kan bedekken, noch de aarde je kan ondersteunen, hoe zou men zich in jou kunnen vergissen? Er is nu al niets om je hoofd te bedekken; je pijen zijn de belichaming van ontwaken. Wie jou ook ontmoet heeft er groot voordeel van. Je verblijfplaats is voorbij de drie werelden en zijn verdiensten doordringen de tien richtingen. Je wandelt tussen de goden en de voorvaderen als hun gelijke. (Raisanmon, Keizan Zenji)

7. Bevrijding (overgave) in je dagelijkse leven

Oefening in ‘Ja-zeggen’ in elke situatie en onderzoeken wat er opkomt en dat vervolgens weer loslaten: ‘Ja, dat doe ik! Ja, dat wil ik! Ja, zo is het!’

De situatie binnengaan met een open, onderzoekende houding en met verwondering: wat gebeurt hier nu eigenlijk? Wat doe ik nu ZELF in deze situatie? Wat breng IK in? En kan ik dat loslaten?

Jezelf vergeten, jezelf loslaten in de handeling of activiteit binnen een situatie is jezelf vrij bewegen in deze situatie. Dat noem ik: zelfvergeten dansen op de werkplek!

Heb jij concrete voorbeelden van loslaten in dagelijkse situaties, het loslaten van jouw oordeel, jouw verwachting, jouw voorwaarden, van jezelf en de situatie belichamen (aannemen) zoals ze is: je BENT immers de situatie in al haar aspecten! Wat zijn jouw ervaringen? Wat zijn jouw oefeningen in jouw dagelijkse leven zoals het is?

8. Bevrijding van concepten en zienswijzen

Want het is niet wat ik denk dat het is, het woord spreekt niet voor zichzelf! Dus, terug naar het voor-woordelijke en het pre-reflectieve.

Deze hand is geen hand. Daarom noem ik hem een hand. (Diamant soetra)

Zonder je handen te gebruiken, help deze oude man overeind. (Zen Koan)

Hoe stop je het geluid van de tempelbel? (Zen Koan)

Hoe stop je een zeilboot op zee? (Zen Koan)

Laat me een onbeweegelijke boom in een zware storm zien! (Zen Koan)

Als je een stok hebt, geef ik je er een. Als je geen stok hebt, zal ik je hem ontnemen. (Koreaanse Zen Meester Pa-chiao)

Met lege handen ga ik en toch dragen zij de spade
en lopend rijd ik op de rug van een os.
Ga ik de brug over, kijk, dan stroomt niet het water,
dan stroomt de brug. (Meester Futa Zhi, een Zen Gatha)

‘Ons leven is als een mens die in een boom hangt. De voeten vinden nergens steun. De handen kunnen niets vastgrijpen. Maar met de kaken heeft deze mens zich stevig vastgebeten en daar hangt hij dan. Hij kan geen kant meer op! Onder de boom staat een zen meester en die roept: “He jij daar! Kun jij me nu eindelijk eens zeggen waar het in jouw leven nu echt over gaat?”‘ (Zen Meester Kyogen)

9. Bevrijding van emoties en patronen

Wat is verdrongen en geperverteerd of wat mij bevangt (patroon) in het licht laten treden, het toe-eigenen en het aannemen en als een instrument om de ander of de situatie te dienen gebruiken; zo kan ik de ander dienen!

Geperverteerde emoties (verdrongen en vervormd) zijn onder andere: agressie (is geperverteerde angst), hebzucht (is geperverteerde begeerte), lusteloosheid (is geperverteerde lust) en (zelf)haat (is geperverteerde woede).

‘Mocht gehechtheid, afkeer, dofheid, trots of afgunst oprijzen, besef dan ten volle hun innerlijke energie. Herken hen in het allereerste moment, voordat karma zich heeft verzameld. Kijk het volgende moment onbevangen naar deze toestand en ontspan in de aanwezigheid ervan. Dan wordt ieder van de vijf hartstochten die oprijst een pure aanwezigheid, bevrijd op zijn eigen plaats, zonder te worden uitgesloten. De hartstocht komt op als ongerept gewaarzijn, helder, plezierig en niet bepaald door gedachten.’ (Longchenpa, Het Juwelenschip)

Verlichte kwaliteiten van toegeëigende en aangenomen emoties (de vijf Boeddha families van het Tibetaanse boeddhisme): Vajra, woede is glashelder zien; Ratna, trots is vrijgevigheid; Padma, passie is empathie; Karma, jaloezie is handelen en Boeddha, luiheid is wijsheid.