De Lauzi en Zhuangzi werden mondeling overgeleverd EN beoefend met lichaamsgerichte meditatie (onder andere qi gong) en ademhalingsoefeningen (vanuit de dantian, de ‘onderbuik’). Lauzi verwijst waarschijnlijk naar een ‘grondlegger’ in een ver verleden wiens naam verloren is gegaan (Lauzi betekent: ‘oude meester’, Roshi in het Japans).
Zowel de Lauzi als de Zhuangzi richtten zich tot de geletterde elite van de Chinese IJzertijd. Waar Lauzi, zoals de meeste filosofen in China, zich richt op de vorst van de staat (bij de oude Grieken stond de vraag ‘Wat is de mens?’ centraal, bij de oude Chinezen ‘Hoe bestuur je een staat?’), richt Zhuangzi zich op de ridders (shi) in de periode van de Strijdende Staten (500 – 221 voor Christus, een periode van aanhoudend oorlogsgeweld tussen stadstaten, de laatste fase van de Oosterlijke Zhou, ‘de Zoon des Hemels’ dynastie, waarin de orde van het Confucianisme ver te zoeken was): hun moeiteloze ambitie, bevangenheid en halsstarrigheid – ‘een dik ego’ – kan leiden tot het vergaan van hele rijken en de verwoesting van complete gemeenschappen. In de tijd van Zhuangzi ontstonden nieuwe rijken en stadstaten, en nieuwe hoofdsteden met een uitgebreide hofcultuur brachten nieuwe kansen: nieuwe identiteit, carrière en eigenwaarde (adel voldeed niet meer). Maar voor Zhuangzi gaat het niet om ‘Wat ben ik?’ (een markies, een redenaar, een offerpriester), maar om ‘Wie ben ik (die achter de sociale identiteit schuilgaat)?’
De Daodejing van Lauzi is een compilatie van verschillende overleveringen en stamt waarschijnlijk uit de 4e eeuw voor Christus. Volgens de legende vertrekt Lauzi uit Zhou, een staat in verval en wordt hij bij de Westerlijke stadspoort staande gehouden door poortwachter Yin Xi, die hem smeekte zijn leer op te schrijven. Lauzi schreef 5000 karakters en vertrok voorgoed.
In 1973 is bij Mawangdui een versie van de Lauzi gevonden op zijde geschreven en in 1993 bij Guodian een versie op bamboelatjes. Dit is de oudste versie van de Daodejing: uit 300 voor Christus.
Het probleem met de Daodejing is: in het oude China werden teksten geschreven ZONDER LEESTEKENS, zoals punten en komma’s: waar begint de zin en waar eindigt hij??? Dit creëert enorme verschillen in de talloze vertalingen van de Daodejing.
Geschiedschrijver Sima Qian (Han-dynastie, 145 – 89 voor Christus) vermeldde dat de Zhaungzi werd geschreven door ene Zhuang Zhou (Zhou betekent ‘Volkomene’, hij zou hebben geleefd van 360 tot 300 voor Christus, dus tijdgenoot van Aristoteles), afkomstig uit Meng, in de buurt van het huidige Dingtao in de provincie Henan (ook belangrijk voor de vroege ontwikkeling van Chan!), die werkte als een klerk, dus een geletterde, in een ‘laktuin’, waar hars werd gewonnen voor Chinese lak, maar ook kommen en vazen werden gemaakt. Nu denkt men dat de Zhuangzi bestaat uit teksten van verschillende perioden, waarschijnlijk uit de tweede helft van 4e eeuw voor Christus, die pas in de 1e eeuw voor Christus werden gecompileerd. Guo Xiang (overleden 312 na Christus) herrangschikte de teksten, kortte ze in en voorzag ze van eigen commentaar. Hij verdeelde de Zhuangzi in 3 delen:
De innerlijke geschriften: hoofdstuk 1 tot en met 7
De uiterlijke geschriften: hoofdstuk 8 tot en met 22
De gemengde geschriften: hoofdstuk 23 tot en met 33.
De innerlijke geschriften vertonen grote inhoudelijk en stilistische samenhang en zijn waarschijnlijk geschreven door EEN auteur (Zhuang Zhou???), de twee andere delen door leerlingen en volgelingen: inhoud en stijl zijn heterogeen.
De ‘Terugkeer naar de Dao’ (‘Terugkeer naar het kind’, ‘Terugkeer naar ongesneden hout’, ‘Terugkeer naar wuji, zonder polariteit’) vindt bij Lauzi en Zhuangzi plaats via lichaamsgerichte meditatie (o.a. qi gong). De beoefening is gericht op deprogrammeren van de zintuigen, het intellect en de emoties om het bewustzijn (xin) te ontdoen van kaders en schema’s waardoor de fenomenen zich voor doen als objecten-voor-mij. Precies dit deprogrammeren komen we in de teksten van Zhuangzi veel tegen, net als bij de Chan meesters zo’n negen eeuwen later.
De inzet van het Daoisme: eerste strofe van de Daodejing (vanuit meditatie)
Vertaling J. J. L. Duyvendak, 1942:
‘De Weg die als ware Weg kan gelden is geenszins een bestendige Weg. De termen die als ware termen kunnen gelden zijn geenszins bestendige termen.
De term Niet-zijn duidt aan het begin van hemel en aarde; de term Zijn duidt aan de moeder der tienduizend dingen.
Immers, het is door de bestendige wisseling tussen Niet-zijn en Zijn dat men van het een het wonder en van het ander de grenzen zal zien.
Deze beide, gemeenschappelijk in oorsprong, duidt men aan met verschillende termen.
Het gemeenschappelijke noem ik het Geheim, wederom het Geheim van het Geheim, de poort van alle wonderen.’
Vertaling op basis van lichaamsgerichte beoefening en NA de vondst van de Mawangdui Lauzi in 1973 (Woei-Lien Chong, 2016):
Eerste twee regels zijn als hierboven, maar dan:
‘Als er geen namen zijn is Dao het begin van hemel en aarde. Als er namen zijn is Dao de moeder der tienduizend dingen.
Niets, is de naam voor het begin van hemel en aarde. Iets, is de naam van de moeder der tienduizend dingen.
Daarom zie je, als je constant zonder begeerte bent, zijn subtiele aard. Maar als je constant begeerte hebt, zie je alleen zijn begrenzingen.’
De interpunctie in beide vertalingen (welke zin je leest) is cruciaal! Volgens de nieuwe vertalingen stelt de inzet van de Daodejing, dat er EEN Dao is, maar met twee aspecten. Die twee aspecten zijn NIET Yin en Yang, zoals in de oudere vertalingen van o.a. Duyvendak, maar het open, ontvankelijke bewustzijn EN de wereld van objecten zoals deze wordt voortgebracht door onze woorden en begeerten. Door verschillende opvattingen van de interpunctie in deze zin, wordt het karakter yu, dat als zelfstandig naamwoord ‘begeerte’ betekent, VOOR de Mawangdui versie gelezen als het werkwoord ‘willen’ en wordt dit vervolgens afgezwakt in de vertaling als ‘noemen we’ of ‘zouden we kunnen (zeggen)’. ‘Subtiele aard’ werd dan eerder vertaald als ‘Geheim’ en ‘begrenzingen’ als ‘de poort van alle wonderen’. Zo zie je hoe totaal verschillende versies van de vertaalde Lauzi ontstaan door het anders interpreteren van interpunctie en de vraag of je nu het werkwoord of het naamwoord dient te lezen! Welk van de bovenstaande vertalingen vind jij het beste uitdrukken wat jij je realiseert als je teruggaat naar je aan-den-lijve ervaren (zazen)?
Volgens Zhuangzi ‘verzamelt de qi zich alleen in openheid’, dat wil zeggen als ons bewustzijn egoloos is. Alleen ‘zacht’ en ‘open’ kan het fungeren als doorstroomruimte van alle energie (qi) die in een situatie aanwezig is. Is de Dao niet dat wat door ons heen stroomt als we gewoon zitten op een kussen en zijn; als we nergens in het bijzonder op zijn gericht, niets ambiëren, in feite ‘niet-denken’ (aan niet iets denken) en ‘niet-doen’ (het zitten zit)?
De inzet van Zhuangzi: Over de Kun-vis en de Peng-vogel
‘In de Noordelijke Oceaan leeft een vis die Kun heet en meer dan duizend li groot is. Soms verandert hij zich in de vogel Peng wiens rug meer dan duizend li breed is. Wanneer hij opstijgt om te vliegen, vullen zijn vleugels de hemel als wolken.
Wanneer deze vogel de oceaan oversteekt, vliegt hij in de richting van de Zuidzee, het Hemelse Meer. In Chi Hsiehs Verslag van de Wonderen wordt gezegd: “Wanneer Peng vertrekt naar de Zuidelijke Oceaan slaat hij drieduizend li lang met zijn vleugels op het water. Dan stijgt hij op met de wind en vliegt naar boven tot een hoogte van negentigduizend li. Zes maanden vliegt hij en dan rust hij uit.”
De hitte van de lucht trilt als galopperende paarden, het stof drijft als de ochtendmist en de levende wezens worden uit de hemel weggeblazen.
De lucht is blauw. Maar is dat werkelijk zo of lijkt het alleen maar blauw omdat het zich tot in het oneindige uitstrekt? Wanneer Peng van bovenaf naar beneden kijkt zal het ook blauw lijken.
Een grote boot vaart alleen diep in het water. Wanneer je een kopje water in een gat in de grond giet, kan een mosterdzaadje daar als een boot in varen. Plaats echter het kopje erin, dan kan het zich niet meer bewegen omdat het water te ondiep en de boot te groot is.
Alleen op grote hoogte is er genoeg ruimte voor grote vleugels. Daarom stijgt Peng op tot een hoogte van negentigduizend li want daar heeft hij genoeg lucht onder zich. Hij stijgt op met de wind en vertrekt naar het zuiden met de blauwe hemel achter zich en niets voor zich.
Een krekel en een jonge duif lachen Peng uit en zeggen: “Wanneer wij ons erg inspannen kunnen we net de toppen van de bomen bereiken. Maar soms komen we kracht tekort en vallen op de grond. Hoe is het dan mogelijk om negentigduizend li te stijgen en koers te zetten naar het zuiden?”
Wanneer we op reis gaan nemen we genoeg eten mee voor drie maaltijden en komen terug met een volle maag. Wanneer we honderd li reizen, malen we genoeg graan om te kunnen overnachten. Wanneer we duizend li reizen moeten we voor drie maanden eten bij ons hebben. Wat weten deze twee kleine wezens hiervan?
Kleine kennis kan niet vergeleken worden met grote kennis, noch een kort leven met een lang leven. Hoe weten we dat?
De ochtendpaddestoel weet niets van de schemering of de zonsondergang, noch de zomerkrekel iets van de lente of de herfst. Zij leven te kort.
In het zuiden van Chu groeit een ming-lingboom die vijfhonderd jaar oud is. Lange tijd geleden leefde er een schildpad die achtduizend maal de lente en achtduizend maal de herfst had meegemaakt. Ook Peng Chu was beroemd omdat hij zo oud werd.
Is het niet jammer dat iedereen hem wil imiteren?’
(Vertaling van Robert Hartzema uit 1978, op basis van vertalingen van Herbert Giles, Thomas Merton, Burton Watson, Arthur Waley, James Legge en Gia-Fu Feng en Jane English.)
De iconische opening van de Zhaungzi, gelezen vanuit onze fysieke ervaring van zazen: de Kun-vis staat voor het bewustzijn (xin, aanwezigheid) los van ruimte en tijd, het non-duale, onbepaalde NU. De Peng-vogel is ons inherente vermogen om kaders aan te leren EN op te schorten om zo terug te keren tot de onbepaalde, open aanwezigheid. De duifjes en krekeltjes zijn het dualistische, profane bewustzijn, gevangen in een bepaalde tijd en ruimte en niet meer in contact met de Kun-vis.
De Peng-vogel moet grote inspanning verrichten om weerstanden te overwinnen. Het karakter ‘Peng’ is samengesteld uit de karakters ‘vogel’ en ‘metgezel’. Peng kijkt vanuit de grenzeloos blauwe ruimte en de eindeloze tijd naar beneden. De Peng-vogel staat voor het menselijke bewustzijn dat haar eigen dualisme en conceptualisering overstijgt en kijkt naar de tienduizend dingen die hij hiermee achterlaat. Telkens als een kind wordt geboren, transformeert de Kun-vis in een Peng-vogel: vanuit het vormloze buiten ruimte en tijd gaat het kind de waarneembare wereld in, met aangeboren onbepaaldheid als METGEZEL (Karakter Peng). De boeddhistische interpretatie zou zijn: de Kun-vis is Boeddha, de wakkere, onbeperkte, tijdloze aanwezigheid; de Peng-vogel is de Boeddha die opstaat van zijn kussen en de wereld in gaat, de bodhisattva dus, die vanuit wakkere aanwezigheid (Boeddhata, Boeddha-natuur) met inspanningen zijn weg in de wereld gaat, het INCARNEREN van De Ene Ongeborene derhalve en de duifjes en krekeltjes zijn onze ego’s, elk in hun eigen ingeperkte wereldje en tijdvak, het bewustzijn in onwetendheid: dualistisch en met de waan van onderscheiden substanties. Hoe lees jij de opening van de Zhuangzi op basis van jouw ervaring met zazen?
De gehele opening verwijst naar ‘De liederen van Chu’ van Chuci, gedichten uit de 3e en 2e eeuw voor Christus, waarvan “De verre reis” een mystieke uittreding beschrijft.
Zhuangzi 2: de deconstructie van de taal
Voor Zhuangzi was de bevrijding van de geest de bevrijding van de taal (in Zen is dat: de koan-meditatie). De titel van Zhuangzi 2 is: ‘Een verhandeling over het rechtzetten der dingen.’ Vertalers en sinologen worstelden met de betekenis. Het is echter leen toelichting op het tweede aforisme van Laozi: taal projecteert zijn eigen polaire structuur op de realiteit:
‘Allen in de wereld erkennen het schone als schoon; daarmee is het lelijke gegeven.
Allen erkennen het goede als goed; daarmee is het niet-goede gegeven.
Immers: Zijn en Niet-zijn baren elkaar, moeilijk en gemakkelijk vormen elkaar, lang en kort bepalen elkaar, hoog en laag vernietigen elkaar, toon en stem harmonieren met elkaar, vroeg en laat volgen elkaar.’ (In de vertaling van J.J.L. Duyvendak. Woei-Lien Chong voegt hier op basis van de Mawangdui Lauzi uit 1973 het volgende als besluit van het tweede aforisme aan toe: ‘Daarom verwijlt de wijze in het handelen bij wuwei en implementeert hij de woordeloze leer.’)
Het tweede hoofdstuk geldt als het belangrijkste en moeilijkste van de Zhaungzi. De Britse sinoloog Angus Graham bracht inzicht: de terminologie die hier wordt gebruikt is die van de school van de Mohisten, de Chinese logica die teruggaat op Mozi in de vijfde eeuw voor Christus.
Zhuangzi 2. Ziqi van der Zuiderwal zit in de onbeperkte ruimte van de meditatie en hoort alle geluiden van de wereld als EEN grote, kosmische symfonie. Als zijn leerling Yan binnenkomt, ontwaakt Ziqi uit zijn meditatie. Yan merkt verbaasd op dat zijn meester er heel anders uitziet dan voorheen: zijn lichaam is als uitgedroogd hout, zijn hart als uitgedoofde as. Hoe is dat nu mogelijk? Ziqi antwoordt: ‘Dat is een goede vraag! Zojuist had mijn zelf (wu) mijn ik (wo) ten grave gedragen.’ (Vertaling van Guo)
Ziqi: ‘Het heelal heeft een kosmische adem die wind wordt genoemd. Soms waait hij niet, maar als hij wel waait komt er een woest gehuil uit de tienduizend openingen. Heeft u ooit een brullende storm gehoord? In de donkere en vreesaanjagende wouden staan enorme bomen die met nog geen honderd armen te omvatten zijn. Ze hebben gaten en holtes die eruit zien als monden, oren en neusgaten, als gutsen drinkbekers en vijzels, als modderige poelen en vuile plassen. De geluiden stromen eruit als water, fluisteren als pijlen, kijven, snikken, kreunen, schreeuwen, jammeren en huilen. De belangrijkste tonen zijn de sissende geluiden gevolgd door een luid gebrul. Een kleine bries maakt weinig geluid, een woeste storm maakt een gigantisch lawaai. Wanneer de hevige windvlagen afnemen wordt het rustig in alle gaten. Heeft u ooit het schudden en trillen van de takken en bladeren gezien vlak na de storm?
Wanneer de wind door de tienduizend openingen blaast maken ze allemaal hun eigen geluid. Maar wat is het, dat dit geluid veroorzaakt?’ (Vertaling Robert Hartzema uit 1978, zie hierboven.) Wat zou jij zeggen?
En dan, het meest pessimistische stuk uit de hele Zhuangzi: ‘Wanneer mensen slapen komen hun geesten met elkaar in contact. Wanneer ze wakker worden gaan hun lichamen open en zo raken ze verstrikt met alles waarmee ze in aanraking komen. Dag na dag is hun hart vol innerlijke conflicten: soms zijn ze in paniek, dan weer verward, dan weer stiekem. Hun kleine angsten vullen hen met kommer en zorg, terwijl hun grote vrees zich uit in angst en beven.'(Vertaling Kristofer Schipper, Watson en Guo.) Waar gaat dit volgens jou over?
Het oorspronkelijke bewustzijn (de Kun-vis) wordt ‘leeg’ genoemd: oningevuld, ongerept; Hundun, Het Land van Niemendal, Het Veld van de Wijde Wildernis, de Heldere Spiegel, alle watermetaforen, het midden, het open land, rivieren, meren en de zee. Het profane bewustzijn noemt Zhuangzi ego (ik, wu). Dit bewustzijn scheidt de wereld in ‘dit hier’ en ‘dat daar’. In meditatie laten de fenomenen (wanwu, ‘de tienduizend dingen’) hun hoedanigheid als substantiële projectie varen en ‘keren terug naar hun wortel’. Hun hoogst eigen vorm, onaangedaan door wat mijn denken en de taal ervan maken.
Zhuangzi over taal: ‘Een visnet bestaat omwille van de vis en als de vis gevangen is, kun je het net vergeten. Een konijnenstrik bestaat omwille van het konijn en als het konijn gevangen is, dan kun je de strik vergeten. Woorden bestaan vanwege hun betekenis en als je de betekenis hebt begrepen, dan kun je de woorden vergeten.’ (Vertaling van Schipper en Ransdorp.) (Vergelijk de Boeddha met de vlot-parabel: als het vlot je naar de overzijde heeft gebracht kun je het vlot, de upayah, het onderricht, de pedagogische begrippen, vergeten.)
Voor Zhuangzi is meditatie gericht op het cultiveren van een vrije verhouding tot alle perspectieven en conceptuele netwerken, waardoor het bewustzijn (‘de Ene die deze woorden hoort’, Linji) spontaan weer verschijnt en vrij functioneert. De plek die toont dat alle kennis-categorieën relatief zijn, bevindt zich BUITEN het kennissysteem zelf. Gezien vanuit de kennis-categorieën is het ‘niets’, ‘geen plek’. Echter, het is ‘de spil van de Dao (Dao shu)’: het wiel der opinies wentelt rond, maar de spil blijft in het centrum, het neutrale middelpunt, waar ‘dit’ en ‘dat’ geen tegenhanger meer in elkaar vinden. Mediteren is een open, ruimtelijke manier van aanwezig zijn vanuit een egovrij en conceptloos centrum: de spil van de Dao. Vrijheid van taal wordt mogelijk door meditatief bewegen, in het bijzonder qigong, vanuit de dantian (onderbuik), waardoor een energetische aanwezigheid ontstaat, een helderheid waarin alles verschijnt precies zoals het is, voor-woordelijk en pre-reflectief. Wat zie je dan? Wat hoor je dan? Wat voel je dan?
Zhuangzi: feitelijk is er geen object (wu), het object is een projectie van het ego, het profane bewustzijn, dat ontstaat onder invloed van concepten en emoties. De onbepaalde aanwezigheid (xin) kent slechts fenomenen, ‘wat van zichzelf zo is’. Het profane bewustzijn echter, houdt zijn zelf-geprojecteerde objecten voor de werkelijkheid als zodanig. Taal construeert de werkelijkheid op basis van categorieën: begeer het leven, vrees de dood, wens rijkdom, verafschuw armoede, wil erkenning en vreest afwijzing. Door het ‘Rechtzetten der dingen’ (qu wu, de titel van Zhuangzi 2), de bevrijding van projecties van het ego, het profane bewustzijn, kunnen fenomenen zich weer tonen zoals ze zijn.
Zhuangzi 2. ‘Een apenhouder die noten uitdeelde zei: “Jullie krijgen er ’s ochtends drie en ’s avonds vier.” De apen waren allemaal woedend. Toen zei hij: “Goed, dan ’s morgens vier en ’s avonds drie.” Toen waren de apen allemaal blij. Zonder afbreuk te doen aan de realiteit achter de woorden maakte hij gebruik van de vreugde en woede van de apen. Hij ging uit van de situatie die het geval was. Daarom brengt de wijze dit en dat met elkaar in overeenstemming en vertoeft hij op zijn gemak op de draaischijf des hemels (tian jun). Dit heet: “beide alternatieven zijn mogelijk” (liang xing).’ (vertaling Schippers, Watson, Graham en Guo.) Met andere woorden: laat je niet misleiden door taal in het beoordelen van een situatie! De apenhouder gebruikt taal als middel, zoals de Boeddha en de Patriarchen, upayah. Hij staat op ‘de draaischijf des hemels’, de dynamiek der dingen waar we geen invloed op hebben, maar waarin we WEL vrij kunnen bewegen als we wakker zijn: beide alternatieven zijn mogelijk! Een statement tegen de Mohisten: alternatieven sluiten elkaar NIET uit, het is EN – EN, zo’n beetje de kern van waaruit Zen de wereld benaderd en geheel overeenkomstig de boeddhistische logica uit de zevende eeuw na Christus van Dignaga en Dharmakirti: A en -A sluiten elkaar NIET uit en er is GEEN Wet van de Uitgesloten Derde (het is A, of – A, maar niet allebei tegelijkertijd)!
Zhuangzi 2 eindigt met dit iconische fragment: ‘Eens droomde ik, Zhuangzi, dat ik een vlinder was die vrolijk rondvloog en ik was blij met het leven zonder te weten wie ik was. Plotseling werd ik wakker en ik was weer Zhuangzi. Droomde Zhuangzi nu dat hij een vlinder was of droomde de vlinder dat hij Zhuangzi was? Er moet enig verschil zijn tussen de vlinder en Zhuangzi. Dit nu wordt ‘De transformatie der dingen’ genoemd.’ (Vertaling van Robert Hartzema uit 1978, zie hierboven.) Wat betekent nu die vlinderdroom? En hoe bepaal je of je wakker bent? Je kunt dromen dat je vrij bent, terwijl je in feite in een nieuwe constructie bent belandt. De droom is de overgang naar Zhuangzi 3: ‘Richtlijnen om het leven te voeden’, dat opent met de zinnen: ‘Uw leven heeft een grens, maar kennis heeft geen grens. Als u het begrensde gebruikt om het grenzeloze na te jagen, zult u in gevaar zijn. Als u dit weet en toch op zoek gaat naar kennis, zult u nog meer in gevaar zijn.’ (Vertaling, idem.) Maar waar slaat nu het verhaal van de vlinderdroom op volgens jou? Wat zegt het?
Wordt vervolgd…
