Meditatie is bij Zhuangzi ‘het vasten van het hart’. ‘Het vasten van xi’.’ ‘Zitten en vergeten.’ Zhuangzi zegt over de ervaring van meditatie dat je jezelf ervaart als een grenzeloze ruimte waarin je een stralend licht gewaar wordt. Zigi van der Zuiderwal (zie hierboven) wordt uit meditatie gewekt door leerling Yan. Zigi vertelt hoe hij alle geluiden hoorde als EEN grote kosmische symfonie. De onbepaalde aanwezigheid is er, je hoeft alleen maar het ego los te laten, er geen energie meer in te steken. Elke vorm van terugkeer naar de onbepaalde xin is een versterking van het ego. Het gaat om xu-xin, onbepaalde aanwezigheid, het bewustzijn vrij van concepten en op ego gerichte emoties. (Ken je dit vanuit je eigen ervaring van zazen?)
Richt je aandacht op que, ‘duistere waterplaats’, dan zal er een helder licht ontstaan ‘in het lege vertrek’ (het onbepaalde xin). Que, de buitenkant van het ideogram verwijst naar ‘deur’ of ‘poort’ en verwijst naar ‘ruimte’. De binnenkant van het ideogram is karakter qui, ‘duisternis’, ‘water’ of in modern Chinees: ‘afsluiten’. De Kun-vis verblijft ‘in de duisternis van de noordelijke oceaan’, dit is de onbepaalde xin. Que, de innerlijke ruimte in de mens is verwant met Hundun, de oorsprong.
Zhuangzi 6. Yan Hui meldt Confucius dat hij ‘steeds meer vorderingen’ maakt, hij kan nu zelfs ‘zitten en vergeten’. ‘Mijn verbinding met lijf en ledematen verdwijnt, mijn zintuigen en intellect vallen weg. Los van mijn tastbare vorm en vrij van kennis word ik verenigd met de Grote Doorstroom. Dat bedoel ik met “zitten en vergeten”.’ (Vertaling Schipper en Legge.) De onthechting betreft niet alleen waarneming en denken, maar ook lichaamsbesef. De ‘binnenruimte’ is niet langer afgescheiden van de ‘buitenruimte’. Zijn fysieke entiteit lost op de Grote Doorstroom (da tung), de Dao. In het meditatieve vergeten wordt het ego losgelaten en keert men terug naar het open bewustzijn (de Kun-vis), waardoor het verschil actief/passief wordt overschreden. Herken je dit? En herken je wat Yan Hui zegt over ‘zitten en vergeten’?
In het verhaal van Ziqi van de Zuiderwal (Zhuangzi 2, zie hierboven) gebruikt Zhuangzi twee karakters voor ik of zelf: wo, een karakter dat twee steekwapens afbeeldt tegen elkaar gericht, ‘het gewapende ik’ en het karakter wu, ‘het kosmische zelf’, met daarin het karakter ‘mond’ en het karakter ‘vijf’, die samen een snijpunt vormen tussen boven en beneden, hemel en aarde. Met het ’ten grave dragen’ van Ziqi’s ik wordt ook de ’tegenhanger’ ten grave gedragen, het object. Ziqi wordt niet gestoord door zijn leerling tijdens zijn meditatie, zijn leerling is een onderdeel daarvan!
Wuwei, ‘daadloos doen’, zelfvergeten bewegen en iets gaat zijn gang, ofwel meditatie in je dagelijkse handelen
Zhuangzi 3. ‘De hoogste mens gebruikt zijn hart als een spiegel: hij gaat nergens achteraan en verwelkomt niets, hij beantwoordt aan de dingen zonder ze vast te willen houden. Stil is het hart van de wijze. Het is de spiegel van hemel en aarde, de spiegel van de tienduizend dingen. Stilte wil zeggen: wuwei en door wuwei voltooien degenen die met opdrachten belast zijn al hun taken.’ (Vertaling Schipper en Ransdorp.)
Zhuangzi 6. ‘De ware mens van weleer sliep zonder te dromen, hij ontwaakte zonder zorgen en at wat de pot schafte. Zijn adem was dieper dan diep. De ware mens ademt door zijn hielen, de gewone mens ademt uit zijn keel en vernederd en onderworpen spreekt hij stamelend alsof er iets in zijn keel is blijven steken. Hoe dieper de begeerten, des te oppervlakkiger is de hemel in jou.’ (Vertaling Schipper, Guo en Watson.)
Het ideogram wu in wuwei betekent in het klassieke Chinees letterlijk ‘een open gehakte ruimte in het bos.’ Met andere woorden, er wordt ruimte gemaakt voor iets anders. Je laat iets los opdat er ruimte kan ontstaan in de situatie zelf. Wu als werkwoord (werkwoorden en zelfstandig naamwoorden zijn in het Chinees niet onderscheiden!) betekent ‘open laten gaan’, ‘opruimen’, ‘opschorten’, ‘loslaten’. Het karakter wei betekent afhankelijk van hoe je het karakter uitspreekt: ‘handelen’, of ‘beschouwen als’, of ‘met het oog op, ten behoeve van.’ Met andere woorden: een open ruimte wordt vrijgelaten in het (1) handelen, (2) zien als en (3) nastreven van. Wat je zelf in de situatie legt moet worden herkent en opgeschort. Hsin Hsin Ming: ‘De grote weg is niet moeilijk voor wie geen voor- en afkeur heeft.’ En Dogen: ‘Het boeddhisme bestuderen is het zelf bestuderen. Het zelf bestuderen is het zelf vergeten. Het zelf vergeten is ontwaken door alles wat zich voordoet.’ Hier komen Daoisme en Zen samen! Wat is wuwei concreet voor jou gerelateerd aan jouw lichamelijke ervaring van zazen?
Zhuangzi 5. Hemelwortel vraagt aan de wijze Zondernaam hoe men een rijk moet besturen. Zondernaam antwoordt: ‘Laat je hart zwerven in de eenvoud, verenig je energieën in het ongedifferentieerde, volg de dingen in hun vanuit-zichzelf-zo-zijn (ziran) en laat bij dit alles geen ego (si) toe, dan zal de wereld geordend zijn.’ (Vertaling van Graham, Schipper en Legge.)
Het karakter ‘you’: reizen, zwerven. Dit is het creatief gebruik maken van de aanwezige speelruimte binnen een situatie door het ego, het ongeduld, de geldingsdrang, de verwachtingspatronen en conditioneringen van gedrag los te laten. (Het karakter you, ‘zwerven’ is wat klank en vorm verwant aan het karakter you, ‘zwemmen’.) Het voorbeeld is de kok, die feilloos gebruik maakt van de anatomische structuur van het geslachte rund, waarvan hij het karkas met een paar halen van zijn mes in volmaakte delen uiteen laat vallen, zonder dat zijn mes bot wordt. Zoals kok Ding van vorst Whenhui in Zhuangzi 3 zegt: ‘Toen ik begon met het ontleden van runderen, zag ik alleen maar hele runderen voor me. Na drie jaar zag ik ze niet meer zo en vandaag de dag benader ik ze met mijn geest en bekijk ik ze niet meer met mijn ogen. Mijn zintuigen houden op te functioneren terwijl mijn geest in actie komt. De natuurlijke structuur volgend (tian li), geef ik dan een klap op de grote gewrichten, snijd ik in de grote openingen, naar de manier waarop het beest in elkaar zit. Zenuwen en spieren, beenderen en gewrichten bieden nooit de meeste weerstand, laat staan de grote knoken!’ En, ‘Als kok Ding voor vorst Wenhui een rund in stukken sneed, bewoog hij zijn handen, drukte met zijn schouders, stampte met zijn voeten, stootte met zijn knieën en dan klonk het “krak!” en zijn mes ging van “zip!”, alles op de maat van de muziek.’ (Vertaling Schipper en Ransdorp.) Tenslotte zegt kok Ding dat hij de runderen met zijn xin benadert en niet met zijn ogen! Het mes dat geen dikte meer heeft en frictieloos in elke opening kan doordringen, verwijst naar het terugtrekken van het ego, het achterwegen laten van elk oordeel, elke wens of verwachting; hierdoor komt het wakkere, altijd aanwezige open bewustzijn vrij. Hoe benader jij de situatie vanuit je xin en niet met je ogen?
Vergelijk Lauzi 60: ‘Het besturen van een groot rijk is als het koken van kleine visjes.’ Probeer niet te versnellen, roer niet te veel in de pan, anders verschroeien de visjes of vallen ze uit elkaar. Laat de visjes, de olie, de pan, het vuur rustig hun eigen werk doen en beperk je tot het afstemmen op hun interactie. Vergelijk ook Trungpa over het maken van yoghurt: laat het bij de juiste temperatuur aan zijn lot over anders lukt het niet. Het ego moet niet werken, maar de Dao!
Hoe minder je ego je in de weg zit, hoe groter je speelruimte en des te helderder je zicht op de werkelijke gang der dingen. Zhuangzi: laat het idee los dat jij degene bent die de situatie onder controle moet brengen en de jij er beloning en erkenning voor krijgt:
‘De allerhoogste mens heeft geen “ik”; de goddelijke mens heeft geen verdienste; de heilige mens heeft geen naam.’ (Kristofer Schipper, p. 48) (Vergelijk de koan over Bodhidharma en de keizer Wu: Wat is de heilige, absolute waarheid? Weidse leegte, niets heiligs! Wie is het dan die hier voor me staat? Ik weet niet. Uit de Pi-yen lu.)
Lichaam en geest zijn EEN organisch geheel. De kern van Zhuangzi: xiao-yao-you: ‘Zwerven vrij en blij’, letterlijk: ‘Vrij zwerven op een afstand (you)’. Maar, hoe handel je daadloos? Hoe doe je zonder te doen? Hoe zit je zonder te zitten? En als je dat niet-doende doet, wat is dan volgens jouw eigen ervaring het verschil met doende doen?
De verhalen van Zhuangzi: je dagelijkse leven IS meditatie, ofwel Integrale Zen (Izen)
Daoistische levenskunst bestaat erin grondeloosheid en permanente verandering aan te nemen en met een open, wakker, creatief en zelveloos bewustzijn ‘mee te dansen’. Het open midden, ‘de spil van de Dao’, kan alles, hoe turbulent ook, om zich heen laten draaien zonder erdoor bewogen te worden, opdat hij het zo-zijn onbevangen kan waarnemen en aannemen.
Zhuangzi 12. Zigong, een leerling van Confucius, ziet ten noorden van de Han-rivier een oude man die zijn groentetuin begiet door telkens met een emmer heen en weer te lopen naar zijn waterput. Zigong vindt dat deze man wel heel weinig resultaat boekt voor zoveel inspanning en raadt hem aan een zogenaamd wipput te installeren, een apparaat dat door middel van een hefboom een emmer op en neer laat gaan in de put. Zigong is enthousiast over het feit dat deze machine de mens heel veel tijd en moeite bespaart. De tuinman zegt daarentegen: ‘Als men een machinehart in zijn borst draagt is er geen zuivere helderheid meer. Als er geen zuivere helderheid meer is wordt de geest onvast, en zodra de geest onvast is, wordt men niet meer gedragen door de Dao. Ik ken dat ding wel, maar ik zou me schamen het te gebruiken!’ (vertaling Schipper) Het gaat niet om veelheid, snelheid, meer en beter, effectiever en efficiënter. Wuwei is handelen vanuit verbinding met alles. (Confucius geeft de tuinman achteraf gelijk, een goede grap van Zhuangzi!) De wipput is symbool voor het profane bewustzijn.
Zhuangzi 2. Koning Yao zit somber op zijn troon. Hij piekert dag en nacht en kan maar geen rust vinden, omdat hij wordt gekweld door de gedachte dat er, na zijn vele veldtochten, nog drie volkjes onoverwonnen aan de rand van zijn rijk leven. Hij smeedt daarom grimmige plannen voor een aanvalscampagne. Toch voelt hij dat er iets vreemds met hem aan de hand is, omdat hij weet dat die drie kleine stammen geen enkele bedreiging vormen voor zijn heerschappij. Daarom vraagt hij zijn adviseur Shun waar zijn rusteloze gevoel toch vandaag komt. Shun zegt: ‘Waarom zou u zich ongemakkelijk voelen over deze drie volkjes die leven temidden van de alsem en de wilde bloemen? In vroeger tijden, toen alle tien zonnen tegelijk opkwamen, werden de tienduizend dingen allemaal verlicht. Hoeveel te meer geldt dat voor de innerlijke kracht (Chinees karakter De) die stralender is dan de zon!’ (vertaling Schipper) Shun heeft het over de kracht van de ideale vorst: zijn vermogen om de ruimte open te houden waarin het leven zijn gang kan gaan. Hoe houd jij jouw ruimte open?
Zhuangzi 4. ‘Yan Hui gaat naar Confucius om afscheid te nemen. De Meester vroeg: ‘Waar gaat u naar toe?’ Yan Hui: ‘Ik ga naar Wei.’ ‘Wat gaat u daar doen?’ ‘Ik heb gehoord dat de Prins van Wei nog jong is en dat hij naar willekeur handelt. Hij is niet erg betrokken bij zijn land en is zich niet bewust van zijn vergissingen. Hij bekommert zich niet om de mensen die dood gaan. De doden liggen overal, als grassprietjes in een weiland. De mensen weten niet waar ze naar toe moeten. Ik heb u horen zeggen: “Verlaat het land dat al goed geregeerd wordt en vertrek naar een land waar een chaos is. Bij de deur van de dokter staan veel zieke mensen. Ik zou uw kennis willen gebruiken om de situatie daar te verbeteren.”‘ (Vertaling van Robert Hartzema uit 1978, zie hierboven.) Confucius is hier de spreekbuis van Zhuangzi. Yan Hui’s ego ‘is te dik’. Hij is bevooroordeeld, vooringenomen en heeft geen open xin. Hij dient ‘het hart van de vorst te bereiken, de open ruimte achter het harnas.’ Echter, hij moet geen confucianistische waarden gaan prediken! Yan Hui komt vervolgens met zijn strategieën om de xin van de vorst te bereiken. Confucius zegt: ‘Eerst vasten!’
‘Concentreer al je aandacht. Luister niet meer met je oren, maar met je hart. Luister niet met je hart, maar luister met je qi. Luisteren houdt op bij de oren, het hart komt niet verder dan symbolen. Maar qi is leeg en laat daardoor alle dingen toe (zoals ze zijn). Dao concentreert zich alleen daar waar leegte is. Leeg zijn, dat is waar het vasten van het hart op neer komt.’ (Vertaling Schipper en Watson.)
Kortom, Yan Hui moet EEN worden met de vorst en zijn wereld, pas dan kan hij een verschil maken. Hij moet ‘zich soepel bewegen in diens kooi’, diens xin bereiken. Maar eerst zijn morele ongeduld en pedagogische ambities aan de kant schuiven, zijn ego loslaten en het open centrum van ontvankelijkheid in zichzelf vinden. Yan Hui zegt: ‘Toen ik dit nog niet van u had geleerd, was er een Yan Hui; maar nu ik het geleerd heb, besef ik dat er nooit een Yan Hui is geweest. Is dat “leeg zijn”?’ ‘Dat is het helemaal!’, zei Meester Confucius. (Vertaling Schipper.)
(Zhuangzi 4.) Het verhaal dat hierop volgt is dat van Zigao, de hertog van She, die Confucius bezoekt. Hij heeft de opdracht gekregen af te reizen naar de staat Qi, maar vreest daar aan het lijntje te worden gehouden. Confucius zegt dat het zaak is de ruimte die je hebt, te zien EN de grenzen van die ruimte. Yan Hui zag alleen de ruimte die hij had; Ziqao ziet alleen de grenzen. Confucius, spreekbuis van Zhuangzi, raadt hem aan ‘zijn persoon te vergeten (wang qi shen)’, dus zijn ego los te laten. ‘Natuurlijk zul je als dienaar en kind situaties tegenkomen waar je niets aan kunt doen, maar als je elke zaak behandelt zoals de omstandigheden vereisen, en je je eigen persoon vergeet, wat voor gelegenheid zou er dan nog zijn voor een voorkeur voor het leven en een afkeur van de dood? Dan kun je gerust op weg gaan!’ (Vertaling Guo, Schipper, Watson.) Ziqao moet zijn ‘centrum voeden’, ‘zijn hart dienen (shi xin)’. Een xin dat niet meer door het ego wordt beheerst noemt Confucius ‘een reizende xin (you xin)’. De onzekerheid tegemoet gaan en aldus kan Zigao elke situatie ‘berijden (cheng)’. De berijder van de wagen heeft de teugels in handen, beweegt wakker en soepel mee met de dynamiek van de situatie, verliest slechts een minimum aan energie en het werk wordt voor hem gedaan: dit is de Dao.
Vasten, je centrum voeden, je hart dienen, zwerven, reizen, berijden – hoe doe jij dit concreet op je werk? Binnen je relatie? In het omgaan met situaties? Hoe dans jij op de werkvloer van het leven? Hoe doe jij dat concreet?
Zhuangzi 13. Hertog Huan leest een boek in het hogere gedeelte van de zaal van zijn paleis, terwijl zijn wielenmaker Bian beneden aan het werk is. De sitautie op zich is al veelzeggend! Bian vraagt de hertog wat hij leest. Woorden van lang overleden mannen. ‘Nagelaten bezinksel van mannen uit de oudheid’, zegt Bian. De hertog is pissig en eist een verklaring, waarop Bian zegt: ‘Als ik bij het uitgutsen van de naaf van een wiel, te traag besluit dat het genoeg is, dan is er teveel ruimte in de naaf en draait de as niet stabiel. Als ik te haastig ophoud, dan is er te weinig ruimte in de naaf en gaat de as er niet in. Niet te traag en niet te haastig, dat voel ik aan met de hand en ik beantwoord eraan vanuit het hart. Mijn mond kan het niet formuleren, maar dan heeft de tussenruimte precies de juiste maat. Zelfs mijn eigen zoon kan ik het niet uitleggen en hij kan het niet van mij leren. En zo komt het, dat ik als oude man van over de zeventig hier nog steeds wielen sta te gutsen. De mensen van vroeger zijn gestorven samen met wat zij niet konden overdragen en dus is wat u in uw boeken leest niet anders dan nagelaten bezinksel.’ (Vertaling Schippers en totaal anders dan andere vertalingen van dit fragment!) De wielenmaker let op de ’tussenruimte’ (jian) die bij het werk tussen as en naaf ontstaat. Te klein geeft wrijving, te groot gewiebel. Het verhaal is te vergelijken met dat van meester schrijnwerker Qing, die een wonderbaarlijke klokkenstandaard maakt en die pas aan het werk gaat ‘als mijn geest stil is, mijn bewustzijn open en ontvankelijk. Zo verspil ik tijdens het werk geen energie (qi) aan gedachten en emoties.’ Qing spreekt over een periode van vasten: ‘Na zeven dagen vasten vergeet ik dat ik een lichaam en ledematen heb’: Qing heeft niet langer het gevoel dat hij een entiteit is gescheiden van zijn omgeving. Hij is fundamenteel verbonden met alles wat hij ontmoet, een met de situatie waarin hij zich bevindt. (Zhuangzi 19 in de vertaling van Schipper.) Kun jij dit aan iemand anders overdragen? Daarom gaat de leraar (m/v) in Zen alleen maar voor!
Zhuangzi 19. Op een dag bezoekt Confucius samen met zijn leerlingen de beroemde waterval van Luliang, een ontzagwekkend natuurfenomeen van dertig vadem hoog dat de rivier over een afstand van veertig mijl woest doet kolken. Geen vis, reptiel of schildpad kan er zwemmen. Dan zien ze iemand in het water. Ze rennen op de man af, maar hebben nauwelijks een paar passen gezet of de man klimt uit het water en loopt zingend langs de oever met zijn druipende haar. Confucius loopt achter hem aan en vraagt of de man misschien een bepaalde techniek heeft om in dat woeste water te overleven. De man antwoordt: ‘Welnee, ik heb helemaal geen Dao. Ik begon vanuit het oude vertrouwde, ontwikkelde me naar mijn aard en werd volwassen op mijn levensweg. Met de draaikolk ga ik naar beneden en met de tegenstroom kom ik weer boven; ik volg de weg van het water en er is niets wat ik doe vanuit mijn ego. Zo beweeg ik mee met het water. ‘ (Vertaling Guo, Schipper, Legge en Graham.) En:
‘Ik werd op deze plek geboren en voel me er op mijn gemak, dat is wat ik bedoel met “het oude vertrouwde”. Ik groeide op met het water en voel me erin op mijn gemak, dat is wat ik bedoel met mijn “aard”. Ik ben zoals ik ben zonder te weten waarom, dat is wat ik bedoel met “mijn levensweg””. Kortom, het leven is niet maakbaar, je hebt je eraan TOE TE VERTROUWEN!
Zhaozhou vraagt aan Nanquan: Wat is de Weg? Nanquan antwoordt: Je dagelijkse leven is de Weg. Zhaozhou vraagt: Als mijn dagelijkse leven de Weg is, hoe kan ik hem dan bereiken? Nanquan antwoordt: Als je de Weg zoekt, raak je er mijlen ver van verwijderd. Uit de Wumenkuan. Wat is jouw Weg?
Wordt vervolgd…
