Zhuangzi 6: de Dao in leven en dood
Technieken om het leven te verlengen, zoals bij de latere Daoisten, zijn bij Zhuangzi niet aan de orde. Zhuangzi gelooft ook niet in een herkenbare instantie die de onderdelen van het lijf coördineert, een atman, een ziel. Alles wat is, is doortrokken van dezelfde levensenergie en ademt dezelfde levensadem. Ademen is: de adem van de kosmos door je heen laten gaan. Geboorte en dood is ‘de natuurlijke loop der dingen.’ Hoe denk jij over geboorte en dood?
In Zhuangzi 18 spreekt zijn boezemvriend Huizi met Zhuangzi over het overlijden van Zhuangzi’s vrouw en Zhuangzi zegt: ‘Toen ze stierf was ik eerst verdrietig. Maar toen dacht ik na over hoe ze ooit is ontstaan. Ooit was ze nog niet geboren; ze bezat niet alleen nog geen leven, maar ze had ook geen vorm; en niet alleen had ze geen vorm, ze had ook geen adem. In de vermenging van de donkere chaos ontstond een verandering, en er was adem, de adem veranderde en er was vorm, de vorm veranderde en er was leven. Nu is er weer een verandering geweest en is ze gestorven. De relatie tussen de dingen is als de opeenvolging van de vier seizoenen: lente, herfst, winter, zomer. Toen ze daar met haar gezicht omhoog lag, slapend in de Grote Kamer (tussen hemel en aarde) heb ik om haar gesnikt en gehuild, maar ik bedacht me dat ik me gedroeg als iemand die niet begrijpt hoe de natuurlijke loop der dingen is. Daarom hield ik ermee op.’ (Vertaling Watson, Schipper, Ransdorp.)
Zhuangzi 6 over de vier Meesters in de levenskunst: Zisi, Ziyu, Zili en Zilai. ‘Wie kan de leegte als het hoofd beschouwen, het leven als de ruggengraat en de dood als de kont? Wie beseft dat leven en dood, bestaan en vergaan, EEN lijf vormen? Met hem wil ik vriendschap sluiten!’ (Vertaling Ransdorp en Schippers.) Eerst overlijdt Ziyu door ziekte en niet lang daarna wordt ook Zilai door ziekte geveld. Zijn vrouw en kinderen staan om hem heen als hij sterft. Dan komt meester Zili op bezoek, die roept: ‘Groots is de Dao, wat gaat hij nu weer van je maken?’ Zilai antwoordt: ‘Alleen maar mens! Alleen maar mens wil ik zijn? Dan zou de Dao me ook beslist een onheilbrengend mens vinden. Als we Hemel en Aarde als een grote smeltpot beschouwen en de Schepper als een grote smid, waar zou ik dan weigeren heen te gaan? Alles volmaakt zijnde zal ik inslapen en met hernieuwde kracht zal ik ontwaken!’ (Vertaling Schipper.)
In Zhuangzi 22 brengt Confucius een bezoek aan Laozi, ‘omdat hij nu wel wat tijd over heeft’…Tja. Ze spreken over leven en dood. ‘Het leven gaat in een flits voorbij, als een wit veulen langs een spleet in de muur. Ineens vindt er een transformatie plaats en is er leven, ineens vindt er weer een transformatie plaats en is er dood. De levende wezens betreuren het en de mensheid is er verdrietig om.’ Zo kijkt het profane onwetende bewustzijn er tegenaan, zegt Laozi. Laozi: ‘Het leven is de volgeling van de dood en de dood is het begin van het leven, wie kent hun patroon? Het leven van de mens bestaat uit een bundeling van qi, waar het zich bundelt ontstaat leven en waar het uiteenvalt ontstaat dood. Wanneer leven en dood volgelingen van elkaar zijn, waar zou ik dan nog bang voor zijn? De tienduizend dingen zijn immers EEN. EEN enkele qi doorstroomt de hele wereld. Daarom waardeert de wijze mens het Ene.’ (Vertaling Schipper en Watson.)
Zhuangzi zegt in hoofdstuk 6 dat je in de menselijke vorm optimaal bent toegerust om het ’tijdloze spelen van de kosmos met zijn tienduizend metamorfosen’ bewust mee te maken en ervan getuige te zijn.
Zhuangzi 32. Toen Zhuangzi op sterven lag wilden zijn leerlingen hem een grootste begrafenis geven. Zhuangzi zei: ‘”Ik zal de hemel en de aarde hebben als mijn binnen- en buitenkist, de zon en de maan als mijn jade schijven, de sterren als mijn parels en juwelen en de tienduizend dingen als mijn weeklagers in de stoet. Is mijn begrafenis dan niet prima geregeld? Wat zou je er nog aan toe willen voegen?” Zijn leerlingen antwoordde: “We zijn bang dat de kraaien en wouwen u zullen opeten.”Zhuangzi zei: “Boven de grond word ik opgegeten door kraaien en wouwen en onder de grond door krekels en mieren. De een iets afpakken om het aan de ander te geven dat zou toch nogal partijdig zijn!”‘ (Vertaling Schipper en Ransdorp).
Zhuangzi 24. Op een keer liep Zhuangzi mee in een begrafenisstoet en passeerde het graf van zijn beste vriend en gespreksgenoot, de logicus en retoricus Huizi. Hij vertelde de mensen in de stoet het verhaal over de pleisterwerker. Telkens als deze man bij zijn werk een kalkspatje op zijn neus had gekregen, vroeg hij aan timmerman Shin om het eraf te halen. Deze verwijderde het spatje met een… bijl. En zonder de neus van de betrokkene te verwonden. De vorst van Song hoorde hiervan en vroeg de timmerman om dit ook eens bij zijn koninklijke neus te demonstreren. De timmerman antwoordde dat hij hierin ooit bedreven was geweest, maar dat zijn materiaal lang geleden was gestorven. Zhuangzi draaide zich toen om naar het graf van zijn goede vriend Huizi en sprak: ‘Sinds u, mijn meester, bent gestorven, heb ik niemand meer die als materiaal kan dienen en niemand meer om mee te praten.’ (Vertaling Ransdorp en Schipper.) Huizi was de enige die bleef staan als Zhuangzi weer eens zwiepend naar hem uithaalde. Niemand kon dit opbrengen en dus was Huizi zijn enige klankbord. De neus die ondanks alle bijlslagen ongeschonden blijft duidt in de Chinese cultuur het ego aan. Waar men in het Westen bij het woord ‘ik ‘ wijst op de eigen borst, wijzen ze in China op de eigen neus! Huizi wist dat Zhuangzi in het debat dat ze voerden flink te keer kon gaan met zijn bijl, maar dat hij zijn ‘neus’ nooit zou beschadigen. Bij Huizi kon Zhuangzi helemaal zichzelf zijn en omgekeerd. In hun vriendschap gaven ze elkaar de ruimte en na Huizi’s dood heeft Zhuangzi die ruimte nooit meer ervaren. De transformatie der dingen is geen ondermijning van het verlies!
De wijze lessen van Huizi en andere rare snuiters
Gesprekken met meester Hui: Huizi, een logicus en retoricus, de grote vriend en vaste gespreksgenoot van Zhuangzi (zie hierboven). Onder andere over de 500 kg zware kalebas. Deze kun je niet optillen en je kunt er ook geen scheplepels van maken, want hij is te groot en valt nergens in te passen. Huizi krijgt er geen vat op en slaat de kalebas in zijn frustratie kapot. En de zaden waren nog wel geschonken door de koning van Wei!
De kalebas staat symbool voor de Dao: gedroogd een volmaakt lege holte die kan worden gebruikt als drinkfles. Hoe duid jij dit verhaal?
Een klassieker uit Zhuanzi 17. Zhuangzi en Huizi wandelen langs de Hao-rivier en zien een school vissen in het water. Zhuangzi wijst op de vissen en zegt: ‘Kijk die vissen nu een vrolijk zwemmen!’ Huizi ziet hierin weer een mooie gelegenheid om zijn vriend filosofisch uit te dagen: ‘Jij bent geen vis, hoe weet je dan waar vissen vrolijk over zijn?’ Zhuangzi: ‘Jij bent mij niet, hoe weet je dan dat ik niet weet waar vissen vrolijk over zijn?’ Huizi zegt: ‘Ik ben jou niet, dus ik weet zeker niet wat jij weet. Maar jij bent geen vis, dus dat bewijst nog steeds dat jij niet weet waar vissen vrolijk over zijn!’ Waarop Zhuangzi zegt: ‘Laten we teruggaan naar het begin. Je vroeg me hoe ik wist waar de vissen vrolijk over zijn. Dus je wist het toen al, toen je de vraag stelde! Ik wist het, hier, staande aan Hao-rivier.’ (vertaling van Ransdorp uit 2007.) Vraag: hoe WEET Zhuangzi waar de vissen vrolijk over zijn?
Er is ook een verhaal waarin gezanten van de koning van Chu Zhuangzi bezoeken die juist aan het vissen is in de rivier Pu. Zowel de rivier Hao als de rivier Pu staan symbool voor het onuitputtelijke en dragende van de Dao en de dimensie van vrijheid waarin de wijze beweegt, alsof hij wordt gedragen door het water. Surfend!
Zhuangzi 7. ‘De god van de zuidelijke zee was “Onbesuisd”, de god van de noordelijke zee was “Onbezonnen”. De god van het centrum was Hundun (letterlijk: midden). Onbesuisd en Onbezonnen ontmoetten elkaar vaak op Hunduns gebied en Hundun ontving hun zeer hartelijk. Onbesuisd en Onbezonnen maakten een plan hoe ze Hundun voor zijn werkzaamheden konden bedanken. Ze zeiden: ‘Ieder mens heeft zeven openingen om mee te zien, horen, eten en ademen. Alleen hij heeft er geen. Laten we proberen ze in hem te boren. Iedere dag boorden ze een gat. Op de zevende dag was Hundun dood.’ (Vertaling van Schipper.) Hoe duidt jij dit?
Zhuangzi 18. Op een dag landde er een zeevogel in de staat Lu en de markies ging naar buiten om hem te verwelkomen. Hij bracht de vogel naar zijn vooroudertempel en richtte een uitgebreid banket voor hem aan, begeleidt door plechtige rituele muziek. De vogel bekeek alles met lede ogen en was treurig. Hij weigerde om ook maar iets te eten of te drinken en binnen drie dagen was hij dood. (Vertaling van Schipper.) De staat Lu is waar Confucius is geboren. De markies brengt het rituele protocol van Confucius ten uitvoer. Maar volgens de Daoïsten kun je beter je verbinding met de oerbron herstellen en contact maken met de onbepaalde, stille ruimte in ons die de Dao is. Zo ook: het verhaal over de priester die is aangesteld om de rituelen in de vooroudertempel in goede banen te leiden. Hij gaat plechtig uitgedost in ceremoniële kleding naar het hok van de varkens die worden vetgemest voor het offer om ze gerust te stellen. Wees niet band voor de dood, want de priester gaat het slachtritueel geheel volgens protocol uitvoeren: hij gaat eerst tien dagen in retraite, dan drie dagen vasten en vervolgens de schouders en rompen van de varkens aan versierde staken rijgen, op matten van witte biezen. Wat willen de varkens nog meer??? De offerpriester handelt niet ten kwade, maar vanuit een begrensde ruimte waarin de opgelegde orde geldt voor alles en iedereen. (Zhuangzi 19, vertaling Schipper)
Wat neem jij nu mee van Zhuangzi’s expressie van de Ene Dao die door alles heen werkt? Welke van zijn praktische suggesties neem je aan? En welk van zijn groteske verhalen heeft je het diepst bewogen?
